Waarom de NL vrouwen zo succesvol zijn op de Olympische Spelen

0
1030

Als de Olympische Spelen louter voor vrouwen zouden worden gehouden, zou Nederland tot de top 10 van de wereld horen. In 1928, tijdens de Spelen in Amsterdam, won de Nederlandse damesturnploeg een gouden medaille. De allereerste Nederlandse plak voor een vrouw was meteen een goud. Bijna 100 jaar verder zetten Nederlandse vrouwen deze traditie trots voort.

Sinds de Spelen van Atlanta, 1996, komen de Nederlandse vrouwen met meer eremetaal thuis dan de Nederlandse mannen. In Atlanta wonnen mannen nog wel meer gouden medailles, 4, tegenover geen enkel vrouwelijk goud. Maar de trends was gezet. Sydney, in 2000, waren de Spelen van Irene van Moorsel, Inge de Bruijn en Anky van Grunsven. 8 jaar later, in Peking, wist alleen Maarten van der Weiden als man een gouden plak te behalen. Tegenover 6 vrouwelijke gelauwerden.

Voor het eerst doen nu in Rio ook meer vrouwen (130) dan mannen (108) namens Nederland mee aan de Spelen. De Oranjevrouwen zijn de gouddelvers.

Hans Klippus zet in het Algemeen Dagblad de 5 redenen daarvan op een rijtje. Over het algemeen is het goede leven in Nederland een zegen voor onze topsport. Kinderen krijgen hier gezond te eten, groeien als kool en het is geen toeval dat ‘wij’ de langste en sterkste benen ter wereld voortbrengen. Sprinster Dafne Schippers is daarvan een mooi voorbeeld.

Nederlanders zijn qua houding en instelling een zeer geëmancipeerd volkje. Wie de meeste kansen op medailles heeft, ontvangt van sportkoepel NOC*NSF het meeste geld. Hoewel er in de ogen van mensen nog steeds meer waardering is voor mannensport, boeken de Nederlandse sportvrouwen snellere successen en zullen ze dus ook sneller financieel ondersteund worden.

Nederland is een klein land, heeft een goede infrastructuur en Sportcentrum Papendal ligt ongeveer in het geografische middelpunt van Nederland. In grotere landen haken talentvolle sporters vaak af, omdat ze voor maanden, soms jaren, ver weg moeten trainen.

We hebben dus duidelijk een groot aantal vrouwelijke toppers in huis, maar feit is ook dat er bij hen minder concurrentie is dan bij de mannen, omdat in andere landen en werelddelen de vrouwensport nog niet zo geëmancipeerd is.

En last, but not least: Nederlandse sportvrouwen hebben goede rolmodellen. Het succes van de ‘vliegende huisvrouw’ Fanny Blankers-Koen (4x goud in 1948) is niet alleen spreekwoordelijk. En daarmee zijn haar opvolgsters Inge de Bruijn, Leontien van Moorsel, Anky van Grunsven, Ranomi Kromowidjojo en de oranje hockeyvrouwen op hun beurt de inspiratiebronnen voor de volgende generatie sporttopsters.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here