Column: Een flinke plensbui

0
198

Toen ik een paar dagen geleden naar de universiteit rende – mijn boekentas beschermend en de plassen ontwijkend, vanwege de bizarre hoeveelheid regen die naar beneden kwam vallen – dacht ik ineens: wij Nederlanders hebben iets raars met het weer.

Na een zomer met tropische temperaturen, waarin geen enkele regendruppel het waagde om op Nederlandse bodem te vallen, was dit even een omschakeling. Het leek wel of alle regen zich wekenlang had opgespaard en besloot om precies naar beneden te vallen op het moment dat ik de deur uit moest. Hoewel ik waarschijnlijk maar 2 minuten buiten ben geweest, was ik doorweekt en met mij vele anderen. De harde regen was het gesprek van de dag. Gek genoeg, toen ik om me heen keek en zag dat we allemaal bezig waren met het redden van onze studieboeken – die nu met gehobbelde bladzijdes liggen te drogen – kwam er een gevoel van verbondenheid in mij op. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje, we moeten allemaal dealen met hetzelfde weer buiten. Arm of rijk, jong of oud. Uiteindelijk hopen we allemaal dat we niet tot onze onderbroek doorweekt raken. En bij het zien van wildvreemden die met elkaar onder een paraplu stonden te schuilen, dacht ik: dat is toch mooi.

Misschien is dat ook wel waarom we er zo graag over praten met elkaar. Menig buitenlander begrijpt er niets van. ‘Hebben ze elkaar echt zo weinig te vertellen dat ze dan maar over het weer beginnen?!’ Er wordt wel eens beweerd dat het in onze genen zit: al dat ouwehoeren over motregen, stortregen, hittegolven en sneeuwstormen. In Nederland zijn we al eeuwenlang afhankelijk van het weer. Niet alleen voor een goede jaarlijkse oogst, maar ook om onze voeten droog te houden en veilig te blijven, op ons stukje aarde onder de zeespiegel. Ik vind het wel een leuke gedachte dat het daar vandaan komt, in plaats van dat we nu eenmaal een volk zijn dat altijd wel wat te klagen heeft. Want ik moet toegeven, het is niet snel goed.

De hele winter klagen we over het grauwe grijze weer. We gaan aan de vitamine D pillen– bij gebrek aan zon – en praten over een ‘winterdepressie’. Maar zodra de zon zijn terugkeer maakt, is het te warm, te benauwd en zoeken we de airco’s en de schaduw op. We kunnen het weer nu eenmaal niet besturen en ja, het is elk jaar weer een verassing wat ons te wachten staat.

Ik blijf ondertussen genieten van de verbondenheid die we kunnen hebben over het weer. Wanneer ik later die dag lichtelijk angstig uit het raampje van de trein kijk, waar de regen in grote hoeveelheden tegenaan klettert, terwijl mijn station al nadert, zegt de vrouw tegenover mij uit het niets: ‘Maak je niet druk, dat waait wel over voordat je naar buiten moet. Het is vast een kort buitje, dat zie je aan de wolken’. En ik dacht alleen maar: wat zijn we toch een grappig volkje.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here