Rosalie’s column: Vette vingers

0
264

Het is vandaag in het grootste deel van Nederland rond de 25 graden en zo zonnig dat je eerste stap naar buiten je een spontane boost van vitamine D oplevert. Buiten hoor ik de uitgelaten buurmeisjes die elkaar achterna zitten over straat en aan de andere kant van het huis zitten mijn ouders met visite in de tuin. “En jij zit binnen?”, hoor ik je denken. Ja, dat klopt. Maar niet geheel vrijwillig. Wat zich vandaag in mijn huis afspeelt, vormt namelijk de belichaming van drukte en verplichtingen. Helaas is er nog geen medicijn bedacht om “druk zijn” te genezen.

Terwijl de gedempte resultaten van de gesprekken uit de tuin door de kieren van de deur naar binnen sluipen, orden ik de chaos op het witte bureau in het kantoortje. Een vriendin staat achter me te wachten tot ik klaar ben. Schaapachtig lachend mompel ik een verontschuldiging. Zij kijkt echter niet eens meer op van de rotzooi: ze kent mij en mijn huis langer dan vandaag. Want – en dit zullen waarschijnlijk veel vrouwen met mij eens zijn – het druktesyndroom hangt helaas vaak samen met een rommelprobleem. In je haast even snel een stapel boeken wegwerken door ze over je tafel uit te spreiden, resulteert namelijk meestal in een vicieuze cirkel van alles overhoop halen om je in de rommel verdwenen spullen terug te kunnen vinden.

En dan hebben we ons eindelijk geïnstalleerd: orde in de chaos, laptops open en pennen in de aanslag. Het aanklikken van de play-button van een concentratie-playlist en een vastberaden, wederzijds bevestigd knikje kondigen het begin van een studiemiddag aan. Alles lijkt compleet te zijn. Maar wacht eens… Wanneer je gedwongen de hele dag binnen doorbrengt, terwijl de rest van Nederland de terassen afstruint om te kunnen genieten van de warmte waarop we midden oktober plotseling nog op getrakteerd worden, mag je jezelf namelijk best trakteren. Dus klinkt al snel het gekraak van de wikkel van een chocoladereep. Of nouja, om eerlijk te zijn, van twee chocoladerepen. De een heeft per slot van rekening altijd een andere voorkeur dan de ander.

Twee uur later steun ik vermoeid met mijn kin op mijn linkerhandpalm, terwijl ik met mijn rechterhand pinda’s-met-honing-en-zout naar binnen werk. Ik denk altijd dat eten en werken wel tegelijk kan, maar in de praktijk blijkt toch altijd dat je meer bezig bent met het pakken van je volgende hapje dan met het schrijven van je volgende zin. Maarja, we moeten prioriteiten stellen, hè? Ook tegenover mij hoor ik gekauw. Behalve van stresseten en ongesteldheidssnacken, hebben wij – en waarschijnlijk veel anderen met ons –  ook last van geen-zin-meer-hebben-om-te-werken-en-daarom-maar-gaan-eten-honger. Het resultaat is echter vaak geen-zin-meer-hebben-om-te-werken-en-daarom-maar-gaan-eten-honger-spijt achteraf.

Ik ken die spijt, heb hem vaak genoeg ervaren. “Ach, dat zie ik later wel weer,” denk ik echter, terwijl ik nog een paar pinda’s in mijn mond steek. Ik typ wat op mijn laptop en kijk vervolgens zuchtend naar mijn toetsenbord. Verdorie, vette vingers.

Gebruik jij snacken ook wel eens als afleiding? Laat het ons weten in de reacties!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here