Wat heeft een eeuw vrouwen in de politiek Nederland gebracht? (spoiler: heeel veeeel)

0
213

Gisteren mochten alle Nederlanders van 18 jaar en ouder naar de stembus. Het is gek dat er nog steeds mensen zijn die hun stem niet laten horen bij verkiezingen. Want algemeen stemrecht is hard bevochten en nog maar een eeuw oud. Niet alleen moest er opgebokst worden tegen de protestanten en katholieken die vanuit de bijbel de plaats van de vrouw ‘onder die van de man’ zagen, ook vanuit sociaal-democratische hoek was weinig medewerking. Zij waren immers druk bezig het algemeen kiesrecht voor mannen (arm en rijk, arbeiders en landheren) te verdedigen. Vrouwen moesten nog maar even wachten…….

Hoogste tijd
Maar de verhoudingen zijn nog steeds niet gelijk. Dat onderkent ook Monique Leyenaar, hoogleraar vergelijkende politicologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. De vraag waarom er minder vrouwen in de politiek zitten dan mannen houdt haar al sinds haar studie politicologie bezig. In januari van dit jaar verscheen het boek ‘De hoogste tijd’ over de strijd voor het vrouwenkiesrecht, waarvan zij één van de auteurs is. In 1917 kregen vrouwen ‘passief kiesrecht’, vanaf toen mochten vrouwen een zetel hebben in gekozen besturen. Suze Groeneweg was de eerste. Het duurde nog 2 jaar voordat vrouwen voor vol werden aangezien. In 1919 krijgen ze pas het ‘actief kiesrecht’ en kunnen zij eindelijk ook met een eigen stempas naar het kieslokaal.

Klassiek stemgedrag
Ook vanuit historisch perspectief gezien is het stemrecht voor vrouwen interessant, aldus Monique Leyenaar in De Gelderlander. “In 1918 braken er revoluties uit in landen om ons heen, zoals in Rusland. Als we vrouwen nu stemrecht geven heeft dat een dempende werking op de politieke onrust, hoopte men. Vrouwen zijn immers pacifistischer en hebben geen wapens, werd gedacht.” Maar nee hoor. In het zuilen verdeelde Nederland werd klassiek gestemd en vrouwen stemden nog vaker confessioneel dan mannen.

Politieke issues
De verschillen in stemgedrag tussen mannen en vrouwen zijn na 1970 nog maar heel klein, blijkt uit nationaal kiezersonderzoek. Soms is er bij vrouwen een lichte ‘linksere’ voorkeur te bespeuren dan bij mannen. Echter: de komst van vrouwen op het Haagse pluche had wel degelijk grote invloed aanzienlijk, schrijft Monique Leyenaar in haar boek. Zo is er de motie van Corry Tendeloo uit 1955, die een einde maakte aan het ontslag van gehuwde vrouwen in overheidsdienst. ‘Die kreeg de steun van alle vrouwen in de Kamer, ongeacht politieke kleur.’ Ook hebben vrouwen de politieke agenda beïnvloed door aandacht te vragen voor issues als seksueel geweld en gezondheidszorg gericht op vrouwen.

Nu snel een vrouwelijke premier
100 jaar vrouwenkiesrecht heeft het land dus wel degelijk goed gedaan. Toch zijn we er nog niet. Het aandeel vrouwen in politieke posities zou tussen de 405 en 60% moeten zijn en het is maar 35%. Belangrijk is volgens Monique Leyenaar om zo snel  mogelijk vrouwen in de bovenste top te krijgen. Die benoemen op hun beurt namelijk ook weer vrouwen. Een vrouwelijke Nederlandse premier zou een groot ding zijn. . ‘Ministerposten zijn benoemingen, dus dat is een kwestie van politieke wil. En dan geef je het goede voorbeeld aan politieke partijen die de kiezerslijsten moeten opstellen.’

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here