Verzetsstrijdster Frieda Belinfante: ‘Ik ben 50 jaar te vroeg geboren’

0
149

‘Ik ben 50 jaar te vroeg geboren,’ zou ze vlak voor haar dood zeggen. Dat zou voor veel aspecten van haar leven inderdaad eenvoudiger geweest zijn. Frieda Belinfante (1904-1995) was een de eerste vrouwelijke dirigenten ter wereld, trad op in het Concertgebouw met een eigen kamerorkest, maar haar carrière werd verstoord door de oorlog. Toen de nazi’s binnenvielen, pleegde haar broer zelfmoord samen met zijn vrouw. Zij ontbond haar orkest en werd, hoewel van Joodse afkomst, actief tegen de bezetter. Samen met andere creatieven werd ze onderdeel van het kunstenaarsverzet. Zo was ze een van de drijvende krachten achter de aanslag op het Amsterdamse bevolkingsregister. Daarna werd de groep verraden, Frieda dook onder en hulde zich mannenpakken. Na de oorlog vertrok ze, ontgoocheld, aan boord van het passagiersschip Queen Mary naar de VS, om daar alsnog tot grote hoogtes te stijgen.

Liberale jeugd
Frieda Belinfante werd in 1904 geboren in Amsterdam, als dochter van een Joodse vader, Aron Belinfante, pianist en eigenaar van een muziekschool en Georgine Hesse. Haar vader drong erop aan dat Frieda, toen ze 9 jaar oud was, met celloles begon. Toen ze 16 was trad ze, samen met haar vader, voor het eerst op. Op 17-jarige leeftijd leerde ze Henriette Bosmans kennen, een componiste en met haar zou ze van 1922 tot 1929 samenwonen. Tijdens die jaren speelde zij als eerste celliste bij de Haarlemsche Orkest Vereeniging. Vanaf 1935 was Frieda dirigent bij een kinderkoor. Vervolgens leidde zij het vrouwenkoor en het Sweelinck-orkest van de Gemeentelijke Universiteit in Amsterdam. In 1938 trad zij op met haar eigen ‘Het Kleine Orkest’ in het Amsterdamse Concertgebouw. Als muzikaal hoogtepunt won Frieda, als enige vrouwelijke deelnemer, een dirigentenconcours.

Geen Kulturkammer
Toen de oorlog uitbrak trad Frieda tot 1942 op, tot dat niet meer kon, omdat ze weigerde om lid te worden van de Kultuurkamer en werd ze aktief in het verzet. Ze ondersteunde onderduikers en hield zich bezig met het vervalsen van persoonsbewijzen. Haar grootste verzetsdaad was, samen met onder andere Willem Arondeus, Willem Sandberg en Gerrit van der Veen, de aanslag op het bevolkingsregister op 27 maart 1943. Het was een geweldloze actie, waarbij de bewakers tijdelijk verdoofd werden middels een injectie. De nazi’s konden door deze daad de Joden en verzetsstrijders moeilijker traceren.

Toni Boumans
Over deze bijzondere vrouw werd een documentaire gemaakt door journaliste Toni Boumans. Zij heeft 3 geleden ook de biografie op papier afgerond. ‘Een schitterend vergeten leven. De eeuw van Frieda Belinfante’. “Toen ik haar ontmoette, in 1989 in Laguna Beach Californië, wist ik dat ze de laatste overlevende was van het kunstenaarsverzet”, vertelt Toni in de GayKrant. “Ik werkte aan een documentaire over Willem Arondéus, haar verzetskameraad. Ik trof een bijzondere kwieke, levendige oude dame, die tijdens de ruim 40 jaar dat ze uit Nederland weg was, niet meer over de oorlog had gepraat.

Vrouw in pak
Ten tijde van het kunstenaarsverzet was Dorry Kahn de geliefde van Frieda. Dorry was de echtgenote van René Kahn, de eigenaar van Hirsch en Cie, en sjieke winkel op het Leidseplein die haute couture. (in het pand waar nu de Apple Store zit). René had geen vermoeden van hun relatie, vertelt Toni aan VICE. “Hij vond het leuk voor ze dat ze zo’n goede vriendschap hadden, maar vond de innige aanrakingen soms wel wat overdreven.” En omdat Frieda van mooie pakken hield en Rene en zij ongeveer dezelfde maat hadden, begon zij op een gegeven moment zijn maatpakken te dragen. Ze maakte een persoonsbewijs voor zichzelf als ‘Hans Kroon’. Ook omdat het kunstenaarsverzet was verraden en een aantal van haar maten was opgepakt.

Desillusie
Na een tijd besloot Frieda toch te vluchten naar Zwitserland. Niet omdat ze bang was, maar omdat ze het idee had dat ze anderen in gevaar bracht. Na de oorlog keert Frieda terug naar Nederland, maar ze kan er niet meer aarden.

“Niemand bekommerde zich om de Joden die terugkwamen uit de kampen en geen huis, geen meubels en geen geld meer hadden. Niemand praatte over hun verdriet, hun wanhoop. (…) Over de mensen die hun leven hadden gewaagd, praatte ook niemand. Wat ze gedaan hadden, betekende niks. Ze bestonden niet. Het was alsof mijn vrienden voor niets gestorven waren. Het was zo’n koude douche.”

Hollywood
En dus verhuist ze in 1947 naar de Verenigde Staten. Voor haar rol in het verzet krijgt Frieda nooit erkenning. Haar zus kaart dat in 1975 in Nederland aan, maar Frieda geeft te kennen geen prijs te stellen op rehabilitatie. “De mannen hebben het grootste werk gedaan en de hoogste prijs betaald: hun leven”, was haar commentaar. Ze gaat in Hollywood werken bij een studio-orkest dat filmmuziek inspeelt. Ze geeft er les aan de Universiteit van Californië en wordt dirigent van het Orange County Philharmonic Orchestra. Nog altijd in mannenkleding en met kort haar en daar krijgt ze dan ook bakken kritiek op. Ze moet laten zien dat ze een vrouw is en weer jurken gaan dragen.

Schaf die jurk af
Ze is dan de eerste vrouwelijke dirigent ter wereld van een professioneel orkest. In 1962 wordt dat opgeheven en Frieda verliest haar baan. Ze wijdt dit aan haar geaardheid, waarna ze opnieuw haar biezen pakt. Ditmaal naar Santa Fé in New Mexico. Ze geeft dan alleen nog les. Daar ontmoet ze haar vriendin Bobbie en zij zegt: “Schaf die jurk toch af, doe gewoon je pak aan!” Dat deed Frieda Belinfante en ze heeft haar maatpakken gedragen tot aan haar dood in 1995. Deze vrouw was in alle opzichten haar tijd ver vooruit.

Een fragment uit de documentaire van 1989

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here