Intimidatie, wangedrag en seksisme in universitaire kringen

0
215

Het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren (LNVH) maakte gisteren de resultaten van het onderzoek ‘Harassment in Dutch academia’ openbaar. Het is gebaseerd op 53 werkelijke voorvallen, richt zich op de vormen van intimidatie en geweld op de academische werkvloer en belicht de onderliggende patronen. Tevens doet het mogelijke oplossingen aan de hand. Het sterk hiërarchische karakter van universiteiten, de hoog competitieve en individualistische cultuur, het ontoereikend reageren op gevallen van harassment en het ~al dan niet gedwongen~ zwijgen van de slachtoffers, zijn de 4 oorzaken die maken dat wangedrag en intimidatie gemakkelijk kunnen ontstaan in de academische wereld.

Alles lijdt eronder
De gevolgen ervan zijn groot aldus de auteurs van de studie: Dr. Marijke Naezer, Prof. dr. Marieke van den Brink en Prof. dr. Yvonne Benschop, allen van de Radboud Universiteit Nijmegen. Wangedrag en intimidatie schaden niet alleen persoonlijke levens, maar ook de organisatie en de wetenschap  zelf lijden eronder. Slachtoffers en hun collega’s kunnen niet dat werk afleveren dat zij wel zouden hebben gekund onder veilige werkomstandigheden. Bovendien ontstaat er een uitstroom van (vaak vrouwelijke) hooggekwalificeerde wetenschappers.

De kleutercreche is er niks bij
Een nieuwe supervisor bij een promotie die iets te lang naar het lichaam van zijn promovenda kijkt, het gevoel in plaats van op een universiteit op een kinderopvang vol pesterige, driftige kinderen te werken. Het zijn voorbeelden van de manieren waarop vrouwelijke wetenschappers gebukt kunnen gaan onder intimidatie. Voorzitter van de LNVH is Hanneke Takkenberg, Zij zegt in Het Parool dat de signalen van onveilige gevoelens er al jaren waren. “Vaak heeft het te maken met de hiërarchische structuur in de wetenschap. Als onderzoeker ben je nu eenmaal erg afhankelijk van je supervisor.”

Te weinig vrouwelijke proffen
Als oorzaak van het wangedrag ligt een te grote drang naar individuele excellentie, aldus Hanneke Takkenberg. “Wetenschappers hebben nu nog te vaak het idee: we zijn concurrenten en strijden voor hetzelfde onderzoeksgeld.” De nadruk moet volgens haar meer komen te liggen op groepsgewijze studies in plaats van individuele. Uiteraard is ook de genderkloof aan de top van de wetenschap er debet aan. “Nu is slechts 1 op de 5 hoogleraren vrouw, dan is het lastig dit soort patronen te doorbreken. Als er meer balans is en een groter groepsgevoel, wordt dit soort gedrag niet meer getolereerd.”

Geen struisvogelpolitiek
Het aanpakken van ‘harassment’ begint met het erkennen van het probleem. Daarnaast zijn meer kennis en het aanleren van een kritische houding naar het eigen gedrag cruciaal. Ook het kweken van vaardigheden om juist te kunnen reageren is belangrijk. Zowel voor slachtoffers, omstanders als agressors. Daarbij moet er een gedegen systeem komen voor melding, rapportage en aanpak, waarbij duidelijk wordt dat intimidatie en wangedrag consequenties heeft. En last but not least: er moet een ‘culture of care’ zijn, waarin het team centraal staat en waar diversiteit en inclusie de norm zijn en niet de uitzondering.

Zero tolerance
Met de publicatie van dit rapport, dat dient als startschot voor uitgebreider onderzoek, wil het LNVH het gesprek aanjagen met en tussen de universiteiten en koepels. Het management wordt expliciet aangemoedigd een ‘zero tolerance’ beleid te voeren. In reactie laat de Vereniging van Nederlandse Universiteiten (VSNU) weten dit thema zeer serieus te nemen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here