STRIJD: een belangrijke verandering komt alleen tot stand met bloed, zweet en tranen

0
160

Het gros van de mensen houdt niet van verandering. Kom aan ‘hun’ zwarte piet en je hebt de poppen aan het dansen. Dat geldt ook voor ‘hun’ stukje vlees op het bord. Hup, heel het land in rep en roer. Tot aan het einde van de 19e eeuw was het ‘normaal’ dat de man het hoofd van het gezin was en dat de vrouw hem volgde, in zeer veel betekenissen van dat woord. Om die reden was hij dan ook degene die naar de stembus ging. Naar haar mening werd niet gevraagd en dat vond men (zowel vrouwen als mannen) destijds niet meer dan vanzelfsprekend (grappig woord in dit verband)

Aletta Jacobs
En dan komen er opeens vrouwen die vinden dat zij ook stemrecht horen te hebben. Dat was wel iets meer dan een steen in een vijver, want dat ging de helft van de bevolking aan. STRIJD is dan ook de titel van het boek dat genderhistorica Mineke Bosch schreef over de vrouwenrechtenbeweging rond het ‘fin de siècle’. We vieren nu dat Nederland een eeuw algemeen kiesrecht heeft. Vinden we normaal en terecht. Een fantastische mijlpaal natuurlijk. Mineke Bosch beschreef de geschiedenis uit die ‘roerige periode’. Eerder schreef zij al de biografie van Neerlands oerfeministe Aletta Jacobs.

Wilhelmina Drucker
De strijd in Nederland begon in 1882 toen enkele vrijdenksters het ontbreken van vrouwenkiesrecht ter discussie stelden en Aletta Jacobs tevergeefs probeerde te gaan stemmen. Na de Grondwetswijziging van 1887 die vrouwen expliciet uitsloot, kwam de beweging onder leiding van Wilhelmina Drucker (bijgenaamd ‘Dolle Mina’) op stoom. In 1894 werd de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht opgericht, die via talloze afdelingen tot in de kleinste gehuchten uitgroeide tot een moderne massabeweging.

Groeiende beweging
Er waren talloze plaatselijk en landelijke vrouwenverenigingen, actiegroepen en comités actief op het strijdtoneel, die dan weer als front opereerden en dan weer met elkaar in de clinch lagen. Hoewel dat soms belemmerend werkte, kan wel gesteld worden dat ze een brede beweging vertegenwoordigden. Er was, zo concludeert Mineke Bosch, sprake van een enorme diversiteit in schaalgrootte en ideologische achtergrond van de verschillende groepen. Onderwijzeressen, huisvrouwen, kunstenaressen, boerinnen, weduwen, echtgenotes, apothekers, assistentes, winkeliersters: het werden steeds meer vrouwen.

Massaal
Daarmee verbreedde ook de werkwijze: van het organiseren van lezingen en het schriftelijk verspreiden van het gedachtegoed tot het houden van steeds indrukwekkender openbare optredens. Hoe groot de beweging werd, blijkt uit het Volkspetitionnement voor Vrouwenkiesrecht in 1914 dat bijna 170.000 handtekeningen opleverde. In 1916 gingen 18.000 demonstranten (vrouwen en mannen) de straat op in Amsterdam voor een massabetoging.

Mannen uit de politiek
Voor dit stemrecht van de vrouw moest niet alleen worden opgebokst worden tegen de protestanten en katholieken die vanuit de bijbel de plaats van de vrouw ‘onder die van de man’ zagen, ook vanuit sociaal-democratische hoek was weinig medewerking. Zij waren immers druk bezig het algemeen kiesrecht voor mannen (arm en rijk, arbeiders en landheren) te verdedigen. Vrouwen moesten nog maar even wachten. Socialistenleider Pieter Jelles Troelstra en zijn aanhang vonden de vrouwenbeweging een instrument van de ‘burgerlijke’ klasse, van welgestelde vrouwen die uit verveling en eigenbelang aan politiek wilden doen. Elitaire dames met een ‘bourgeoishobby’. Zo werden ze gezien door ‘de heren’.

Henriëtte Heineken-Daum
In ‘Het vrouwenkiesrecht’ uit 1913 stelde feministe Henriëtte Heineken-Daum de inconsequentie aan de kaak: ‘wanneer hij de staatsregeling wil handhaven, aan welker totstandkoming de meerderheid der natie niet heeft meegewerkt, van zijn zelfbedrog wanneer hij spreekt van algemeen kiesrecht en de helft der menschheid daarvan uitsluit’.

Suze Groeneweg
Rond de Eerste Wereldoorlog braken er internationaal revoluties uit, zoals in Rusland. Als we vrouwen nu stemrecht geven, heeft dat een dempende werking op de politieke onrust, hoopte de de Nederlandse politiek. Vrouwen zijn immers pacifistischer en hebben geen wapens, werd gedacht. Het bleek geen bal uit te maken, want de vrouwen van Nederland waren nog helemaal niet gewend een andere keuze te maken dan hun man. In 1917 kregen vrouwen ‘passief kiesrecht’, vanaf toen mochten vrouwen een zetel hebben in gekozen besturen. Suze Groeneweg was de eerste. Het duurde nog 2 jaar voordat vrouwen voor ‘actief kiesrecht’ kregen. In 1922 werd de Grondwet definitief aangepast.

Mark Bergsma van de website Van Gisteren heeft nieuw bewegend beeldmateriaal ontdekt van een betoging uit 1913 mét Aletta Jacobs, tijdens zijn onderzoek ter voorbereiding van de tentoonstelling ‘De Straat Op!’

Mineke Bosch, ‘Strijd! De vrouwenkiesrechtbeweging in Nederland, 1892-1922’, Uitgeverij Verloren, €35,-

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here