De 4 mannen lijken de formatie rond te hebben en de eerste vrouwelijke premier is al geboren!

Het heeft even geduurd met de formatie, maar het lijkt erop dat de 4 mannen eruit zijn. In de afgelopen maanden heb ik zowel mannen als vrouwen regelmatig horen verzuchten: ‘hadden er maar vrouwen aan de onderhandelingstafel gezeten, dan hadden we allang een nieuw kabinet gehad. Dat is uiteraard niet te bewijzen, maar slechts te bevroeden. Maar er is hoop op meer vrouwen aan politieke onderhandelingstafels. Althans volgens hoogleraar politicologie aan de Radboud Universiteit Monique Leyenaar. “Er is een ommekeer gaande.”

Ze deed 2 jaar onderzoek naar het ministerschap vanuit het perspectief van de vrouwelijke ministers en schreef haar bevindingen op in haar boek ‘Hare excellentie, 60 jaar vrouwelijke ministers in Nederland’. Ze interviewde vrijwel alle nog levende vrouwelijke ministers die Nederland ooit heeft gekend en spitte krantenarchieven en biografieën door. Met haar werk toont ze hoe sekse nog steeds een rol speelt in benoemingsprocedures én in het uitoefenen van die topbaan.

Wereldwijd zijn vrouwelijke ministers minder schaars dan 10 jaar terug . In 1994 was 6% vrouw, in 2015 was dit 18%.  Professor Leyenaar bevestigt het beeld van de toename. “Gendergelijkheid is tegenwoordig een geliefd thema. Het is hip om je als politicus in te zetten voor een gelijke behandeling tussen mannen en vrouwen”, vertelt zij in dagblad TROUW. “Veel leiders zetten zich in voor een balans in het kabinet: dit zie je in Canada gebeuren, maar ook dichterbij huis bij de Britse politicus Jeremy Corbyn.”

Toch is het voor ons westerlingen opvallend dat de meeste vrouwelijke politieke leiders zich in Zuid-Amerika of Azië bevinden. “Dat heeft te maken met het politieke klimaat” aldus Leyenaar. “Je ziet dat juist in tijden van onzekerheden en crises mensen wantrouwend worden tegenover de zittende leiders. Vrouwen zijn fris, ongeschonden en hebben volgens velen schone handen. Een goed voorbeeld is IJsland, dat door de crisis in 2008 hard werd geraakt en prompt een vrouwelijke premier koos.”

In haar boek noemt en roemt Leyenaar Karla Peijs. In 2003 belde zij met Maxime Verhagen die een minister zocht voor Verkeer en Waterstaat. Zij vraagt hem of hij al iemand op het oog heeft. Wanneer Verhagen de namen van 3 mannen noemt, vraagt zij of hij wel aan een vrouw heeft gedacht, bijvoorbeeld aan haarzelf. En voilà: een paar weken later vertrekt ze naar Den Haag.

“De actie van Peijs is iets wat voor vrouwen vaker nodig is, omdat zij niet direct op het netvlies staan van de partijleider”, aldus Leyenaar bij OPZIJ. “Maar dat is aan het veranderen, mede omdat er nu veel meer vrouwen actief zijn in politieke functies, zoals kamerlid of burgemeester. Vrouwen in de politiek laten zich steeds beter zien. Ze treden vaker op de voorgrond en zijn zo meer in het vizier van de partijleider.”

Over het boek: In de afgelopen 60 jaar hebben 33 Nederlandse vrouwelijke ministers mede het regeringsbeleid bepaald. De eerste, Marga Klompé van Maatschappelijk Werk, vindt in 1956 een bloemetje op tafel in de Trêveszaal. Jeanine Hennis, de laatste, leidt Defensie: met een rugzakje in plaats van een handtas, dat is makkelijker voor haar adjudant. Leidinggeven aan een departement, functioneren in de ministerraad, optreden in de Tweede en Eerste Kamer met de daarmee gepaard gaande oppositie of zelfs aanslagen op het ego door moties van wantrouwen en treurnis, omgaan met de opdringerige media – het ministerschap is een eervolle, maar zware functie, soms leuk, soms vreselijk.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *