De vrouwelijke profs rukken toch op

In 2015 waren er 832 vrouwelijke hoogleraren aan de Nederlandse universiteiten en universitaire medische centra, een aandeel van 20%. Als het in het huidige tempo doorzet zal de genderbalans aan de wetenschappelijke top pas in 2054 gelijk zijn, blijkt uit onderzoek van het Rathenau Instituut. Toch stemmen de cijfers hoopgevend.

Het stijgende aandeel van vrouwen is in alle fasen van de wetenschappelijke carrière te zien, van promotie tot hoogleraarschap. Zo stijgt het aandeel vrouwen in wetenschappelijke promoties aan Nederlandse universiteiten al jaren: van 8,8% in 1985 naar bijna 50% in 2015.

Volgens Melanie Peters, directeur van het instituut, mag er wel wat sneller verandering komen in de samenstelling van hoogleraren. “Mensen moeten zich kunnen ontplooien, anders verspil je talent. Wij hebben dat talent nodig. De universiteit moet een afspiegeling zijn van de samenleving. Kennis moet dus gemaakt worden door mannen én vrouwen.”

Het onderzoek wordt vandaag, tijdens de start van het Westerdijkjaar, door Peters gepresenteerd. Het is namelijk 100 jaar geleden dat Johanna Westerdijk als eerste vrouwelijke hoogleraar werd benoemd aan de Universiteit van Utrecht. Zij specialiseerde zich in de fytopathologie, ofwel plantenziektekunde.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *